Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gerekend worde, 12 en vader der besnijdenis voor hen, die niet alleen uit de besnijdenis zjjn, maar die ook wandelen in de voetstappen van het geloof, dat onze vader Abraham had in de voorhuid."

Kxl: „en vervolgens", „en bijgevolg". Oltramare: „daarna . Is TTcpirowi genit. appos. (het teeken dat in de besnijdenis bestaat) of gen. qual. (een teeken in den vorm der besnijdenis)? Het eerste ligt het meest voor de hand. Het ontbreken van het artikel vóór de subst. is hieruit te verklaren, dat de besnijdenis als een nieuw teeken wordt geïntroduceerd. ïlepiTOftyv in twee HSS. is stellig een verbetering. Hofmann, die deze lezing accepteert, vertaalt: „Hij ontving de besnijdenis als teeken". Maar dan had het art. rniet mogen ontbreken. — De besnijdenis wordt Gen. 17 : 11 voorgesteld als het teeken des verbonds tusschen God en Zijn volk, waarom de rabbijnen zeggen: „God heeft het teeken der liefde in het vleesch gelegd". De beteekenis, die Paulus aan dit teeken hecht, verschilt hiervan niet wezenlijk. God kon immers geen verbond maken met iemand, die nog onder het oordeel was. Het teeken van het verbond is dus ook het teeken van de geschonken rechtvaardiging. — XweTov doelt op het materiëele feit; <r<pp*y/« op de religieuze beteekenis van dit feit. — De besnijdenis was dus van Abraham's rechtvaardiging niet voorwaarde, maar gevolg en zegel. Het art. tij? na rif? jr/area? kan slaan op deze

geheele uitdrukking of op irbreui alleen. Houdt men in het oog, dat Abraham vader aller geloovigen (en niet: aller gerechtvaardigden) wordt genoemd, en let men op het einde van vs. 12, dan is het duidelijk dat de nadruk valt op het geloof. Het volgende „opdat" staat niet gelijk met „zoodat" (Oltramare). Evenmin make men, met Hofmann, ek to ^oytiriijvcii tot object van icutTtvivtuv: „die gelooven, opdat

hun toegerekend worde". Een zoodanige constructie

bij TTivTetiitv is zonder voorbeeld. Ook verdient het geen aanbeveling, met Rückert, Tholuck e. a. dit deel van den

Sluiten