is toegevoegd aan uw favorieten.

Kommentaar op den Brief aan de Romeinen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

politieke dan religieuze kleur gegeven hebben, Jezus echter had, in zijn getrouwheid aan den geest der profetie, van een heerschappij der dienende liefde gesproken (Matth. 5:5). — De uitdrukking „erfgenaam der wereld" mag dus niet geheel en al vergeestelijkt worden, zooals Oltramare doet, wanneer hij aan de rechtvaardiging denkt. Door het geestelijke heil zal de aarde worden verheerlijkt. De eschatologische zijde van het begrip mag niet miskend worden.

De eenige voorwaarde tot het verkrijgen der erfenis was de gerechtigheid des geloofs. Gaan de beloften van Gen. 12:1—3; 13: 14—17 echter niet vooraf aan Gen. 15, waar van Abraham's rechtvaardiging sprake is? Zeker, maar Abraham's geloof dateert niet van Gen. 15, ook al wordt hier het eerst over zijn rechtvaardigende kracht gesproken. Bovendien wordt de belofte later herhaald (H. 15 : 18; 17 : 8).

In vs. 14—16 ontwikkelt de apostel, waarom God met de belofte der erfenis geheel op dezelfde wijze gehandeld heeft als met de gave der rechtvaardiging. In vs. 14, 15 zegt hij, waarom God ze niet aan een wet heeft verbonden; in vs. 16, waarom Hij ze wel afhankelijk gemaakt heeft van de gerechtigheid des geloofs.

Vs. 14, 15: „Want indien zij, die uit de wet zijn, erfgenamen zijn, zoo is het geloof ijdel geworden en de belofte tenietgedaan; 15 want de wet werkt toorn, maar 1) waar geen wet is, is ook geen overtreding."

Men verwarre deze bewijsvoering niet met die van Gal. 3:17, waar Paulus zegt, dat de wet, zoo langen tijd na het verbond gegeven, het verbond niet krachteloos maakt. Hier is de gedachte deze. De zondige mensch kan de wet niet volbrengen; daarom werkt die wet toorn, het omgekeerde van rechtvaardiging. Valt nu de erfenis alleen hem ten deel,

1) De teit. ree. heeft yap met D K FG£ L P Syr.; N ABC Or. lezen Ss.