is toegevoegd aan uw favorieten.

Kommentaar op den Brief aan de Romeinen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ys. 16: „Daarom is het uit het geloof, opdat het zij naar genade, ten einde de belofte vast zij voor het gansche zaad, niet alleen dat uit de wet, maar ook dat uit het geloof van Abraham is '), die vader is van ons allen."

De erfenis wordt niet door middel van een wet gegeven — hetgeen de belofte voor allen, voor de Joden zoowel als voor de Heidenen, zou tenietdoen —, maar door middel van het geloof — hetgeen de belofte voor allen, voor de geloovige Heidenen zoowel als voor de geloovige Joden, vastmaakt. — Daarom d. i. om de treurige gevolgen, welke het tusschenbeidekomen eener wet hier hebben zou. — 'Ejc marsug scil. Kfypovopioi ylvsTXi, wordt de erfenis gegeven. — De erfenis wordt niet gegeven naar verdienste, hetgeen haar het karakter van erfenis ontnemen zou, maar als genadegave. Het geloof, van des menschen kant, beantwoordt aan de genade, van Gods kant — evenals het loon correspondeert met de werken. Daar God de erfenis alleen van Zijn genade wilde doen afhangen, heeft Hij den mensch geen andere voorwaarde gesteld dan „geloof", hetwelk niets verdienstelijks is, maar eenvoudig aannemen van de gave Gods. Daarom zeggen de protestantsche godgeleerden terecht: per fidem, non propter fidem; het geloof, hetwelk bestaat in het opgeven van alwat naar verdienste zweemt, kan immers zelf niet iets verdienstelijks zijn. — Oltramare vertaalt ei» to elvxt door „zoodat", en levert hiermede het bewijs hoe verkeerd het is, „zoodat" met „opdat" te verwarren. — God heeft de erfenis afhankelijk gemaakt van het geloof, opdat de belofte niet zou kunnen tenietgedaan worden (vs. 14), maar vast zou zijn. Vast, voor wie? Niet slechts voor de Joden, maar voor de geheele nakomelingschap van Abraham naar het geloof. Deze geheele nakomelingschap bestaat uit twee klassen van

1) Dalmer (Die Erwahlung Israels nach der HeiUverkündigung des Apostels Paulus) leest met FQ: ib rii Ik toC vó/tav «AAi rif lx T/Vrew; 'Appxx/j..