Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schreven, dat het hem toegerekend is, 24 maar ook om ons, aan wie het ook zal toegerekend worden, ons, die gelooven in Hem, Die Jezus onzen Heer uit de dooden heeft opgewekt

Het voorbeeld van Abraham bevat een beginsel, hetwelk op de geloovigen des Nieuwen Verbonds van toepassing is. Af duidt den overgang aan van „Abraham" op „ons". — Ai' aMv is niet „tot zijn eer" (Beza, Tholuck), maar „met het oog op hem". Abraham's rechtvaardiging is ook beschreven met het oog op de latere geloovigen. — Bij «Aoyltróti denke men to vtmuetv eU itxxioiïuvyv.

Vs. 24. Kas) 3/' ijjcta?: „ook met het oog op ons", omdat ook wij op dezelfde wijze moeten gerechtvaardigd worden. „Ons, die gelooven" constateert de identie van het middel in beide gevallen. Niet slechts het geloof maar ook het object van het geloof is hetzelfde. Dat object is niet het feit der opstanding, maar God Zelf, die opwekt. Vgl. Kol. 2: 12 en vs. 17 van dit hoofdstuk. Men zondere de almacht Gods, die opwekt, niet af van de genade en het werk des heils. De daad Gods, waardoor Hij Izaak doet geboren worden, en de andere daad, waardoor Hij Jezus opwekt, staan met elkander in nauw verband: het ééne is het uitgangspunt, het andere de bekroning van de geschiedenis des heils. — Die opgewekt heeft; Abraham geloofde aan een beloofd, wij gelooven aan een volbracht feit.

Vs, 25: „die overgegeven is om onze overtredingen en opgewekt om onze rechtvaardiging."

Paulus leert ons hier waarom wij gerechtvaardigd worden door het geloof aan de opstanding van Christus. Het heil ligt geheel in deze daad Gods opgesloten. Wij hebben deel aan het heil, naarmate wij deze daad in haar ware beteekenis verstaan. — God heeft Jezus overgegeven (in den dood). Misschien wordt hier gezinspeeld op Jes. 53; 12: irxptiiiyi t)a dxvatov $ 4>u%vi xvtoü ; vgl. Rom. 8 : 32. Het sluit de over-

19*

Sluiten