is toegevoegd aan uw favorieten.

Kommentaar op den Brief aan de Romeinen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rechtvaardiging aan de orde komen. Maar wanneer de apostel daarna liet universalistisch karakter van zijn evangelie niet opzettelijk in het licht stelde, zou hij gelijk zijn aan een hovenier, die een boom had geplant, zonder de vrucht daarvan te plukken.

Men heeft de hoofdgedachte en de bedoeling van deze passage verschillend opgevat. Volgens Baur e. a. doelt de apostel op de joodsch-christelijke richting, welke in de gemeente te Rome de overhand had. Hij wilde haar wederleggen en winnen, door een opvatting der geschiedenis voor te dragen, waarin voor de wet geen plaats overbleef (Baur), of door aan te toonen, dat heil en oordeel geenszins van de werken der afzonderlijke menschen afhingen maar eeniglijk en alleen van een objectieve norm, het onvoorwaardelijke, absolute raadsbesluit Gods (Ilolsten). Echter geeft de incidenteele opmerking van vs. 20 geenszins de bedoeling van het geheele stuk aan. Het absolute determinisme, hetwelk Ilolsten bij Paulus vindt, zou ongetwijfeld de dwaling, dat de gerechtigheid uit de werken is, met wortel en tak uitroeien, maar tevens zou het middel erger zijn dan de kwaal. Immers het determinisme sluit de menschelijke verdienste alleen uit door de verantwoordelijkheid, de zedelijke vrijheid, ja zelfs de persoonlijkheid van den mensch te vernietigen. Het valt bovendien in het oog, dat het geenszins in de bedoeling van dit stuk ligt, de gerechtigheid uit de werken wederom opzettelijk uit te sluiten; dit was in het voorafgaande reeds voldoende geschied. De universaliteit van het heil des Christens is aan de orde. Ewald, Dietzsch '), Gess wijzen op het verschil tusschen de bewijsvoering in den brief aan de Galatiërs en die in den brief aan de Romeinen. In Gal., waar Paulus de joodsch-christelijke richting bestrijdt, gaat zijn betoog uit van de theokratische geschiedenis, van Abraham; in Rom., waar de verhouding van het evangelie tot de menschen in het algemeen, zoowel Joden als Heidenen, aan de orde is, gaat de argumentatie uit van de algemeene ge¬

il Adam und Christus, 1871.