Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Men zie echter II. 8:10, 11. Hoe kan men bovendien van den eeuwigen dood zeggen, dat hij (in het verleden) ingetreden is (H. 5: 12), dat hij geheerscht heeft (vs. 14), dat hij geheerscht heeft van Adam tot Mozes ? — Door de zonde de dood. Men vergelijke hierbij bet verhaal van Genesis. God is de bron van het zedelijke en het physieke leven; buiten God (door de zonde), kan de mensch niet anders dan kwijnen en sterven.

Die dood ging de geheele menscliheid beheerschen. De apostel komt ook in het vervolg hierop telkens terug (vs. 14, 15, 17, 21); wèl een bewijs, dat niet de heerschappij der zonde, maar die des doods hoofdzaak is.

De dood is doorgegaan tot alle menschen (zie het voorafgaande: „in de wereld"). Oltramare verklaart „allen" van „de groote meerderheid". Dit is willekeurig. De bekende uitzonderingen van Henoch en Elia waren het gevolg van Goddelijke tusschenkomst. Na elaijhOi staat SlijMe. Atx duidt de verbreiding aan: door iets heen. Hoe de dood zich dooide geheele menschheid verbreid heeft, verklaart de apostel le door „en alzoo"; 2e door „naardien zij allen gezondigd hebben". „En alzoo" kan verschillend opgevat worden. Dietzsch en Hofmann laten het alleen slaan op „door één mensch". „Door één mensch is de dood in de wereld gekomen; door één mensch is hij tot alle menschen doorgegaan". Daartegenover zou staan de verbreiding van den dood in de wereld van meer dan één punt uit. Echter moet „alzoo" niet met een enkel begrip uit het voorafgaande verbonden worden, maar met het voorafgaande in zijn geheel: vgl. H. 11:26; 1 Kor. 14:25; 1 Thess. 4:17. Anderen verklaren „alzoo" door de betrekking tusschen de twee werkwoorden: „en alzoo (eenmaal de wereld ingekomen) heeft zij de macht verkregen om zich te verbreiden". Het tegenovergestelde zou dan zijn, dat de dood direct tot iederen mensch kwam. Zoo is men dichter bij de waarheid. Echter moet men het begrip „door de zonde" in het voorafgaande niet miskennen, te minder nu het in het volgende opzettelijk wordt gereleveerd. Men denke dus met Meyer, Weiss, Philippi aan het zedelijke

Godït/Jonkbr , Romeinen. 21

Sluiten