Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meer een overtreding, die door de willekeurige daad der vergeving wordt uitgewischt, maar een objectieve macht, die alleen door de persoonlijke gemeenschap van den geloovigo met den gestorven en opgewekten Christus verbroken wordt. Door de tweede theorie verbetert Paulus de eerste, ja neemt hij ze terug. Evenals bij de vorige opvatting wordt de rechtvaardiging hier metterdaad opgeheven. Het eenige, dat God te doen heeft om ons te behouden, is ons te heiligen.

Wij gelooven niet, dat ééne van deze vier verklaringen de gedachte van den apostel zuiver teruggeeft; de twee laatsten staan er zelfs lijnrecht tegenover.

1. De heiliging is meer dan voorwaarde tot het behoud der rechtvaardiging. Het is een nieuwe toestand, waarin men moet indringen en voortgaan om de volkomen zaligheid deelachtig te worden. Dat de apostel onderscheid maakt tusschen rechtvaardiging en heil, blijkt uit H. 10: 10.

2. Evenmin mag de heiliging worden voorgesteld als alleen een subjectief gevolg van de vergeving. De verhouding tusschen deze twee, vergeving en heiliging, is intiemer. Tot de heiliging verplicht het object van het rechtvaardigende geloof, de gestorven en opgewekte Christus. De geloovige eigent zich dien Christus toe, eerst als zijn gerechtigheid, daarna als zijn heiliging (1 Kor. 1 : 30). Het verband tusschen de twee genadegaven is dus niet subjectief, maar objectief. De rechtvaardigende gerechtigheid van Christus is voor ons tevens het beginsel der heiliging. Reuss merkt terecht op, dat men op het standpunt van den apostel niet moet zeggen: Gij, Christen, moogt niet meer zondigen; maar veeleer: De Christen zondigt niet meer.

3. Wanneer men in de heiliging de causa efficiens van de rechtvaardiging ziet, laat men den apostel juist het omgekeerde zeggen van hetgeen hij zeggen wil. Waarom is Paulus dan niet met H. 6—8 begonnen in plaats van met H. 1—5? Ook had hij H. 6 : 1 moeten schrijven: Want wat zullen wij zeggen? in plaats van: Wat zullen wij dan zeggen? Bovendien: H. 6 onderstelt H. 3, en niet omgekeerd.

Sluiten