is toegevoegd aan uw favorieten.

Kommentaar op den Brief aan de Romeinen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Men zou zoo inderdaad, met Reuss, den apostel het gemis van streng logischen gedaohtengang en systematische orde kunnen verwijten. Maar wie den apostel Paulus onlogisch vindt, heeft hem niet begrepen. Althans hier stellig niet. De apostel kende het menschelijk hart te goed om het zedelijke werk in den mensch tot den grondslag te maken van het geloof aan de verzoening. Wij moeten van onszelven bevrijd, niet altijd weder op onszelven aangewezen worden. Wanneer de zekerheid onzer rechtvaardiging voor een groot of ook voor een klein deel op onze eigen altijd onvolmaakte heiliging berust, komen wij nooit tot het absolute kinderlijke vertrouwen in God, hetwelk de noodzakelijke voorwaarde van allen waarachtigen vooruitgang is. Eerst rusten in God, dan werken met God. Eerst de rechtvaardiging, dan de heiliging. Een kerk, die deze volgorde omkeert, plaatst zich onder de wet of verlaagt het peil der christelijke heiligheid.

4. De vierde verklaring doet niet alleen tekort aan de evangelische heilsleer, maar brengt ook de eerlijkheid van den apostel in verdenking. Wie kan gelooven, dat het eerste deel van den brief, waarin de leer van de rechtvaardiging door het geloof zoo zorgvuldig uiteengezet, ja zelfs met zooveel bewijzen uit het O. T. gestaafd wordt (H. 3, 4), niet ernstig bedoeld is en alleen een zienswijze zou zijn, die aanstonds ter zijde zal worden geschoven? Hoe te oordeelen over deze handigheid, welke zóó zorgvuldig onder een logische conclusie (dan, H. 6:1) verborgen is, dat men eerst in de 19e eeuw liet bedrog heeft ontdekt? — Of heeft de apostel zich misschien zelf geen rekenschap gegeven van de tegenstrijdigheid der beide gedachtenreeksen ? Een zoodanige verwarring van denkbeelden mag men niet onderstellen bij hem, die den brief aan de Romeinen in de pen gaf.

De heiliging is dus noch een voorwaarde, noch een gevolg, noch de oorzaak, en veel minder de ontkenning van de rechtvaardiging. De rechtvaardiging door het geloof is de ingang in het heil, de heiliging het heil zelf. Daar God het eenige goed is, kan het schepsel geen goed doen dan alleen in Hem. Daarom moet de mensch, zal hij zich kunnen