Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Over vs. 19b ligt een ironische tint. De lezers worden opgewekt, niet minder ijverig te zijn in den dienst van den nieuwen meester, clan zij het in dien van den ouden meester waren. Deze oude meester heet «nxixpirix en xvo/tix. Door het eerste woord wordt de zonde aangeduid als persoonlijke bevlekking, verontreiniging, verlaging; door het tweede als minachting van de Goddelijke norm in wet en geweten (H. 2: 14, 15). Deze onderscheiding is natuurlijker dan die van Tholuck, die bij het eerste aan bepaalde onreinheid, bij het tweede aan de zonde in het algemeen denkt. Beide raaien wordt de zonde in haar geheel bedoeld, maar op verschillende wijze voorgesteld: in verband met den zondaar en

in verband met God. _ t

Het gevolg van de zonde is xvopix d. i. zich in t minst

niet storen aan de grenslijn tusschen goed en kwaad. De opzettelijke herhaling van dit woord en de geheele bcschryvinü van het vroegere leven der lezers doet eerder aan Heidenen dan aan Joden denken. - Tegenover de zonde staat iatxiotfai (de wil Gods, regel van wil en leven), wier gevolg heet iywftfc. Men kan dit laatste woord vertalen door „heiliging" of door „heiligheid". Curtius zegt, dat de grieksche subst. op i*o; of 0^05 nomina actioms zijn, die meer een handeling dan een toestand te kennen geven. In verband hiermede, gedachtig aan de afleiding van xyixruos (van xyix&v), geven wij de voorkeur aan de eerste beteekenis, die ook bij vs. 22 beter past. De overweging van de door Meyer voor zijn gevoelen aangehaalde plaatsend lhess. 4; 3; 1 Tim. 2:15; Hebr. 12:14 e. a.) kan ons niet tot

een ander inzicht brengen (zie Weiss).

In vs 20 21 beschrijft Paulus de gevolgen van de dienstbaarheid der zonde, in vs. 22 die van de afhankelijkheid van God; vs. 23 formuleert in een plechtige antithese dezen tweevoudigen afloop van het menschelijk leven.

Vs. 20, 21: „Want toen gij dienstknechten der zonde' waart, waart gij vrijen met betrekking tot

Sluiten