Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die de groote zedelijke ervaringen van het menschelijk geslacht tot het oogenblik van zijn verlossing verhaalt.

2. Volgens anderen (Chrysostomus, Grotius, Turretinus, Wetstein, Fritzsche): het joodsche volk. Apostolus hic sub prima persona describit hebraeum genus (Grotius). Men laat dan de hier beschreven ervaringen op de verschillende tijdperken van de geschiedenis van dat volk slaan (zie beneden).

3. Volgens de meeste kerkvaders, Erasmus, de piëtisten, de rationalisten, Bengel, Tholuck, Neander, Olshausen, Baur, Meyer, Th. Schott, Holsten, Bonnet, Weiss, Oltramare: de apostel zelf, met het oog op zijn verleden voorgesteld als de personificatie van den onder de wet levenden Jood, niet verhard in zijn eigengerechtigheid, noch aan een onheiligen en vleeschelijken zin overgegeven, oprecht naar de vervulling der wet strevende, zonder zijn geweten tot rust

te kunnen brengen. .

4. Sedert zijn strijd met Pelagius liet Augustinus de pericoop, vooral vs. 14, op den bekeerden Christen slaan. Alleen een geloovige kon zooveel behagen hebben in de wet van God. Ook heeft juist de geloovige zulke diepgaande ervaringen van zijn ellende. Hieronymus, de hervormers, Philippi, Delitzsch, Hodge stemmen hiermede in (zie ook

Van Manen). ')

5. Voorzoover wij weten zijn het twee uitleggers, die het stuk alleen op den persoon des apostels toepassen: Hofmann, die aan den Christen Paulus denkt, zooals hij zelf was, buiten het geloof; en Pearsall Smith *), die wil gedacht hebben aan een pijnlijke ervaring van Paulus, na zijn bekeering , tengevolge van een terugkeer onder het juk der wet, terwijl dan H. 8 den terugkeer tot het volle licht der genade beschrijft.

n Vel by. ook den titel van Willem Teelinck's geschrift! „De Worstelinghe eeres bekeerden Sondaers, ofte grondighe verelaringhe van den rechten sin des VII Capittels tot den Eomeynen, enz." 1631 (ontleend aan de dissertatie van W. J. M. Engelberts).

2) Servitude et lifcerté, 1875.

Sluiten