Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zien , opzien (Matth. 14 : 19 ; Mark. 7 : 34 ; Luk 19: 5), als weder ziende worden (Hand. 9:12, 17, 18). Wanneer men de zonde doet „herleven", kan men vragen, wat onder het vorige leven der zonde verstaan moet worden. Hebben wij met Origenes en Hilgenfeld aan de praeëxistentie der z.el te denken? Of met Augustinus, Bengel, Phihppi aan de eerste verschijning der zonde door Adam's ongehoorzaamheid? 01 aan de zonde van Paulus' ouders? Of moeten wij de verklaring van Meyer overnemen: de zonde is oorspronkeli] een levende macht in den mensch; door het ontbreken deiwet wordt zij in een toestand van dood gebracht; als liet gebod komt, wordt zij weder levend? Het eenvoudigste zal wel zijn, hier aan een opleven der zonde te denken. De uitleggers, die bij het vorige aan het farizeesche tijdper van Paulus' leven willen gedacht hebben, weten geen weg met „de zonde leefde op, en ik stierf". Het kan toch met van zijn wedergeboorte gelden. Bonnet zegt in overeenstemming met zijn opvatting van het voorafgaande: de zonde spant in een laatste, wanhopige poging al hare krachten in; de mensch bezwijkt onder het oordeel des doods, dat de wet in het diepst van zijn geweten over hem uitspreekt Wij stellen de crisis in een vroeger tijdperk. Hiermede wordt geenszins ontkend, dat de spanning gaandeweg is toegenomen. — Het opleven der zonde was voor Paulus de dood- er kwam een breuk tusschen hem en zijn God. In plaats van kinderlijke blijdschap kwam vrees; in plaats van liefde opstand en slaafsche gehoorzaamheid. Een looden

last lag hem op de ziel.

Dit resultaat was onverwacht (vs 10''), maar niet onverklaarbaar (vs. 11).

Vs. 10b, 11: »en het gebod, dat ten leven is, dat werd voor mij bevonden ten doode te zijn; 11 want de zonde, nadat zij aanleiding gekregen had, heeft mij door het gebod verleid en mij er door gedood."

Het gebod was door God gegeven, opdat de mensch door

Sluiten