is toegevoegd aan uw favorieten.

Kommentaar op den Brief aan de Romeinen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is niet meer dan wenschen; zie hetzelfde woord 1 Kor. 7:7; 2 Kor. 5:4. Waar blijft het volbrengen? Ou (scil. TrxpxKsirxi /hoi). Tot verduidelijking heeft men er later fuplvku bijgevoegd. Vs. 19 bewijst dit oö. Het heeft veel overeenkomst met vs. 15. Alleen zijn rota en xpxaau verwisseld, terwijl iyxtiv en kxkóv er bijgevoegd zijn. Ook staat er au Qèhu in de plaats van /*«rw.

Vs. 20: „ Indien ik nu datgene doe, wat ik ') niet wil, doe ik het niet meer, maar de zonde, die in mij woont."

Dezelfde conclusie als in vs. 16, 17. Door deze herhalingen geeft Paulus dieper uitdrukking aan de droeve waarheid. Weiss verklaart iy« (na Ma«) als een onjuiste anticipatie van het volgende. Tischendorf neemt het in den tekst op. Als het echt is, gelijk waarschijnlijk is, ook met het oog op vs. 16, dient het om het contrast van het willen en het doen sterker te doen uitkomen. Volkmar, Michelsen en Baljon houden vs. 19, 20 voor onecht.

3) Vs. 21—25.

Dit deel, hetwelk dezelfde ervaringen voor de derde maal beschrijft, 'stelt het resultaat (door &p») als definitief voor. Voorop gaat weer in vs. 21, evenals in vs. 14 en 18, een algemeeno stelling; dan komt het bewijs, vs. 22, 23, zie boven; eindelijk de conclusie, vs. 24, 25, die ook de conclusies van de twee andere deelen samenvat, en den overgang tot H. 8 voriut.

Vs. 21: „Ik vind dan deze wet in mij, die het goede wil doen, dat het kwade mij bijligt."

Nipos beteekent hier, evenals H. 3:27; 8:2, in 't alge-

1) B C D E F Olt. Syr. laf en syu liier weg.