is toegevoegd aan uw favorieten.

Kommentaar op den Brief aan de Romeinen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

KetivirnTi irvtünxrot gaat ontwikkelen. In dit geval herinnert „dan" hieraan, dat de geloovige vrij is van de zonde en van de wet (H. 6: 1—7:6). — Nt/v, nadat de verlossing is gekomen. K«tAxpip» beteekent niet den eeuwigen dood (Oltramare), want dan zou oiïh geen zin hebben. Iedere veroordeeling is weggenomen (schuld, zonde, dood). To7? iv XpvTqi 'Iwü is blijkbaar gezegd in tegenstelling met ccüto; iyü, H. 7:25. De toevoeging aan het einde van het vers in sommige HSS. is ontleend aan vs. 4. Het kan een glosse zijn van iemand, die een beperking van Paulus' kloek getuigenis, met het oog op mogelijk misbruik, noodig vond.

Vs. 2. De uitdrukking „wet des Geestes" moet verklaard worden met het oog op H. 3:27; 7:21 enz. De Geest heeft ook zijn wet, zijn regel, zijn orde, zijn macht, die hij

, 1 I TT" 1 - - i- -1- <1a(i lnirana

aan anderen oplegt, mj neet ue uc^t "«O

hij het leven is en het leven geeft. — Behoort iv Xpiory

bij vjktvóipwrev ? Liever verbinde men het met het voorgaande, niet met een enkel woord daaruit (yi/io; of irvev/AoiTO? of mtitutres rijs &ijt of £«??) maar met het geheel (o vó.uo; tov wvtifionos rijs ?««?«)• — In plaats vau fis lezen eenige HSS. ei. De beslissing is moeielijk. Wanneer tl oorspronkelijk is, kan pi een opzettelijke verbetering zijn, met het oog op het doorgaand gebruik van den eersten persoon in dit verband. In het omgekeerde geval kan <rê bij vergissing uit de laatste lettergreep van fauêipuat zijn ontstaan. Voor de redeneering in haar geheel heeft deze kwestie weinig beteekenis. Weizsacker schijnt met Westcott en Hort zoowel ui als <ri voor onecht te houden.

Is „de wet der zonde en des doods" de wet van Mozes (vgl. H. 7:9, 10; 2 Kor. 3:7)? Niet waarschijnlijk, dat Paulus de „heilige" wet, de wet „van God", zoo zal genoemd hebben. Hier, evenals in vs. 2», heeft wet een algemeene beteekenis. De zonde bezit ook een „wet" (zie b.v. Joh. 8:34). — De dood is het zijn buiten Gods gemeenschap, dat eerst op den physischen en daarna op den eeuwigen dood uitloopt. — De bevrijding van deze twee machten, zonde en dood, is het onderwerp van het volgende stuk.