is toegevoegd aan uw favorieten.

Kommentaar op den Brief aan de Romeinen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet af van riji/ i^xprixv, maar van KxrUptvev. Christus heeft in het vleesch moeten komen om in het vleesch de zonde te veroordeelen. Niet in „Zijn" vleesch, gelijk sommigen willekeurig vertalen, maar in „het" vleesch; wat Hij gedaan heeft, geldt niet slechts Hemzelven, maar de geheele menschheid.

Vs. 4. God heeft in Christus de zonde veroordeeld, opdat (1'vx) wij geheiligd zouden worden. Aucxiupx beteekent: „wat de wet rechtens eischt"; niet: de vrijspraak (Philippi), want er wordt niet meer gehandeld over het wegnemen der schuld; ook zou 7rhqpu6>jvxt dan hier niet passen. Al de eischen der wet worden in ons (iv >inTv en niet: viii&v) vervuld, als wij ons door den Geest en niet door het vleesch (in oneigenlijken zin) laten leiden (quippe qui ambulemus etc.). De wet is immers geestelijk, H. 7 :14. — De Geest is de Heilige Geest (vgl. vs. 9, 11). Men vergete bij de verklaring van vs. 5—8 niet, dat die Geest zich aan den mensch mededeelt, en in hem een nieuw leven wekt. — Maar hoe kan vs. 4 het doel zijn van vs. 3? Hoe kan de vervulling der wet bij de geloovigen het gevolg zijn van de veroordeeling der zonde in den persoon van Christus? Gess, die vs. 3 van Christus' dood verstaat, meent, dat volgens vs. 4 die dood de gave des Geestes voor ons mogelijk heeft gemaakt; vgl. Gal. 3: 13, 14. Maar Paulus zegt in vs. 4 niet: opdat de Geest ons zou gegeven worden. De bedoeling is veeleer deze: de heiligheid van den geloovige kan geen andere zijn dan de heiligheid, die Jezus gedurende Zijn leven op aarde heeft gerealiseerd (Joh. 17:19). Het heilig leven van den Heer is het type, hetwelk de Heilige Geest in ons reproduceeren moet (Kol. 3:10; 2 Kor. 3:17, 18). Christus is onze heiliging (1 Kor. 1:30) d or Zijn heilig leven, dat de Geest ons toeëigent (zie ook H. 5:1, 2, 10).

Op de bevrijding van de zonde x) volgt de bevrijding van den dood (vs. 5—11).

1) Paulus leert natuurlijk niet de zondeloosheid van den gerechtvaardigde, gelijk sommigen willen. Men vergelijke een artikel van F. Mühlau, „Zur