Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

volgt een uitweiding van den omwerker. — Hij, die dit alles voor ons gedaan heeft en doet, kan ons niet veroordeelen. — Sommigen vatten deze geheele opsomming als een vraag op. Een reeks van vragen is hier echter niet aan te bevelen.

Naar het voorbeeld van Erasmus hebben b.v. Meyer, Gess, Luthardt, Sanday-Headlain een geheel andere indeeling van de vragen en antwoorden in deze verzen aangenomen. Volgens hen zijn er twee vragen, die van vs. 33® en die van vs. 35tt. Het antwoord op de eerste luidt: God is het, die rechtvaardigt. Wie zal (dan) veroordeelen? De tweede vraag wordt door vs. 3413 voorbereid, hetzij men dit bevestigend of vragend neemt. De vraag: Wie zal ons (dan) scheiden? enz. is dan de conclusie van het voorafgaande. Maar vs. 34b komt zoo toch wel wat vreemd uit de lucht vallen. Ook kan ovv na r/j (vs. 35) dan moeielijk worden gemist. In plaats van Xpiorov, dat wij voor de echte lezing houden, zou men xiitov verwachten. Bovendien volgt het antwoord op de vraag van vs. 35, dat reeds in vs. 34 gegeven is, nog eens in vs. 37. Wij hebben niet met twee, maar met drie vragen te doen (vs. 33a, vs. 34a, vs. 35a). ') Maar kan het lijden van den tegenwoordigen tijd (H. 8:18) geen scheiding maken tusschen de geloovigen en hunnen Heer ?

Vs. 35—37: „Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus2)? Verdrukking of benauwdheid of vervolging of honger of naaktheid of gevaar of zwaard, 36 gelijk er geschreven staat: Om uwentwil worden wij den geheelen dag gedood; wij zijn geacht als schapen ter slachting? 37 Maar in dit

1) Prins (Theol. Tijdschr., 1875 , 307) heeft deze constructie; Wie zal beschuldiging inbrengen tegen de uitverkorenen Gods ? (Niemand). God is t, die rechtvaardigt; wie is 't, die veroordeelt? (Niemand). Christus enz.; Wie zal ons scheiden enz.? Zie ook Van Hengel en Weizsacker.

2) NB: tov Seou in plaats van tov Kpia-rov.

Sluiten