Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vgl. Joh. 6:62; Hand. 23:9. Ten onrechte nemen Luther en b.v. Otto fi Sé afzonderlijk: als het nu zoo is, enz. — Men kan Séxuv vertalen door „omdat" of „hoewel" Hij wilde. In liet eerste geval (Calvijn, Rückert e. a.) is de openbaring van den toom het doel der lankmoedigheid, maar men kan dit kwalijk „lankmoedigheid" noemen. Zie ook H. 2 : 4. Wij verkiezen dus met Fritzsche, Philippi, Lipsius, Meyer, Weiss, Weizsacker de tweede vertaling. De lankmoedigheid Gods heeft ten doel, den menschen de gelegenheid tot bekeering te geven, vgl. Luk. 13:6—9. Zie Dalmer. Misschien is de overeenstemming van uitdrukking tusschen hhi^xaöxi rijv opyyv, yvccpioxt to Suvxtov xutoü en oicuf tvSei^ni/Mci èv troi ryv Suvxpiv nou (vs. 17) opzettelijk. Het gaat thans met de ongeloovige Joden, zooals het vroeger met Farao ging. De toorn Gods pakt zich boven Israël samen (H. 2: 5; 1 Thess. 2:15, 16). De tijd is niet ver, dat God in Zijn oordeelen toonen zal wat Hij kan (to Sui/xtov xutoü, vgl. H. 8:3). Wanneer Hij nog wacht, is het krachtens Zijn groote lankmoedigheid. Want de Joden zijn vaten des toorns, voor het verderf bereid. Vaten, als het ware met toorn gevuld. Dat zij rijp zijn voor het verderf, ligt niet aan God, maar aan henzelven (H. 2: 5; 1 Thess. 2:15, 16). Opzettelijk wordt een uitdrukking als Sc TrpoyToiiixaev (vs. 23) vermeden. Er staat een part. perf. pass., hetwelk de kracht heeft van een adj. (Luk. 6:40; 1 Kor. 1: 10; 2 Tim. 3:17; vgl. 1 Petr. 1:8; Op. 21 : 8).

Hoe de constructie van vs. 23 te verklaren? Sommigen vinden hier den hoofdzin van vs. 22: als God heeft verdragen, heeft Hij het ook gedaan om enz. Zulk een ellipse is onaannemelijk. Calvijn, Grotius, Meyer, Lange, Weiss laten xx) "vx van ïiveyxev afhangen: God heeft verdragen, ook om enz. Een bezwaar tegen deze opvatting is, dat dan over Gods handelwijze met de vaten der barmhartigheid als in het voorbijgaan gesproken wordt. Beza, Rückert, Beyschlag brengen "vx met nxT^pTitr^ivx in verband: voor het verderf bereid, ook om enz. Wij herhalen met Philippi, Reuss, Oltramare, in het begin van vs. 23 het el van vs. 22, en zien in vs. 23 een parallel van het vorige vers. Het

Sluiten