Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een levend bewijs, dat God Zijn volk niet verstooten had. Waarom het even dwaas klinkt, dat Paulus zich op den Israëliet Paulus beroept, ten bewijze dat God Zijn volk niet had verstooten, als het geheel voor de hand lag, dat de jongere vriend en bewonderaar van den apostel dit doet (Van Manen), is ons in verband met de bijzondere roeping van Paulus niet duidelijk. *) Volgens De Wette, Van Hengel, Meyer, Lipsius, Sanday-Headlam wil Paulus zeggen: Ik ben veel te goed patriot om zoo iets te beweren. Maar waartoe dan de nadere bepaling „uit het het zaad van Abraham, van den stam Benjamin"? Wanneer bovendien bewezen was, (lat Paulus zoo iets niet kon beweren, was daarmede nog niet bewezen, dat God Zijn volk niet verstooten had. Paulus was niet slechts uit het zaad van Abraham, maar ook uit den stam Benjamin, die met Juda de theokratische kern van het volk na de ballingschap uitmaakte (Ezr. 4:1; 10: 9). Weizsacker merkt op, dat Paulus niet alzoo zou geredeneerd hebben, wanneer hij de meerderheid van de Christenen te Rome voor Christenen uit de Joden had gehouden.

Vs. 2—6.

Vs. 2, 3: „God heeft Zijn volk niet verstooten, dat Hij te voren gekend heeft. Of weet gij niet, wat de Schrift zegt in de plaats over Elia, hoe hij bij God tegen Israël optreedt2): 3 Heer, Uwe profeten3) hebben zij gedood, Uwe altaren hebben zij verwoest, en ik ben alleen overgebleven, en zij zoeken mijn leven."

De positieve verklaring, waarmede vs. 2 begint, volgt uit vs. 1 en zal in het volgende worden bevestigd. Origenes,

1) Van Manen (t. a. p. bl. 123) kent geen apostelen in den ouden zin. Toch is hij zoo beleefd, aan bedoelde mannen om hun ijver en toewijding zijn lof geen oogenblik te onthouden!

2) Töxt. ree. tt L Syr.sch s aeyuv.

3) Text. ree. Dïl Syr.: *«<•

Sluiten