Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bestuur. De apostel daagt hier het natuurlijk verstand uit; zie echter 1 Kor. 2: 16. De beperkte kennis van den mensch staat tegenover de oneindige kennis Gods, de wijsheid van den mensch tegenover de wijsheid Gods. De mensch kan God niet begrijpen en nog veel minder raad geven. — De derde vraag onderstelt zelfs een dienst, dien de mensch aan God bewijst (irpó), waardoor God zijn schuldenaar zou worden (xvri). Zie Mal. 3 : 14 en Job 35:7, 8. God laat Zich geen verplichtingen opleggen; tegenover Hem is er van geen verdienste sprake; Hij is en Hij blijft vrij, ook om de Joden te verwerpen. Het citaat is ontleend aan Job 41:2. In de Sept. luidt het anders; wel vindt men in een paar HSS. aan het slot van Jes. 40: 14 een woord als het onze, maar dit is een interpolatie uit den brief aan de Romeinen.

Ys. 36: „Want uit Hem en door Hem en tot Hem zijn alle dingen. Hem zij de heerlijkheid tot in eeuwigheid! Amen."

God is absoluut onafhankelijk. Alles is „uit" Hem, als Schepper (Hand. 17 : 25). Alles geschiedt „door" Hem. Alles heeft Hem ten einddoel, Wiens eer het geluk Zijner geheiligde schepselen is. ,,Het egoïsme Gods is het leven der wereld" (Beek). Velen hebben getracht, de drie bepalingen in verband te brengen met de drieëenheid. De nieuwere exegeten Meyer, Gess, Hofmann komen hiervan terug, en terecht; zie Weiss en Luthardt. Wanneer Paulus zonder meer over God spreekt, bedoelt hij den Vader. — Men zou „alle dingen" in verband kunnen brengen met de twee deelen der menschheid, waarvan in vs. 32 b.v. sprake was. Echter hebben wij hier het algemeene beginsel, hetwelk in vs. 32 toegepast wordt. Daarom ook „alles" in plaats van „allen".

Sluiten