is toegevoegd aan uw favorieten.

Kommentaar op den Brief aan de Romeinen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en derde deel van den brief. God heeft in Z,jn ontferming Zijn Zoon ten zoenoffer gegeven; op het zoenoffer moet nu het dankoffer volgen. wijst dus terug op het leerstellige

deel; vgl. Ef. 4:1. Met het oog op den offerdienst gebruikt Paulus de woorden nxpxvwm, en mis¬

schien ook rSp*. - Met - zoo geheel afwijkend

van de taal der wet - doet hij een beroep op het in het hart aanwezige gevoel, het geloof aan de ontitanmngen^Gods Aii: „de ontfermingen Gods" zijn de macht, door midde waarvan de vermaning den wil der lezers moet treffen X\x;hitxv»i , de technische term voor het brengen van offer in den levitischen eeredienst (Luk. 2 : 22). Het offer-is het lichaam van den geloovige. Sommigen zien in het lichaam de vertegenwoordiging van den ganschen persoon, maar dan ZOu er èxvroui staan, evenals in H. 6: 18. Volgens de Wette wil Paulus er aan herinneren, dat het lichaam de zetel der zonde is, hetgeen tegengesproken wordt door de overweging, dat Paulus niet over de vernietiging van bet zondige beginsel maar over de toewijding des lichaams handelt. Volgens Olshausen wil de apostel zeggen, dat men he-lagere . mo offeren, en dus nog veel meer het hoogere Maar waarom zou dit laatste dan verzwegen zijn (vgl. The . . )■ Meyer maakt onderscheid tusschen de toewijding van het lichaam (vs. 1) en die van den geest (vb. 2), maar straks zal blijken, dat het verband tusschen deze twee, verzen anders i . Paulus richt zich tot geloovigen (M , die door hun rech vaardiging het beginsel der heiliging in zich hebben, en vermaant hen om hunne lichamen in den dienst van dat nieuwe beginsel te stellen. Dit offer wordt niet gebracht door het te dooden i), vandaar iurl» &crx. Moet &yl* dienen om de reeë heiligheid tegenover de ritueele te stellen? aar an er wel óvtu; of iwfiaq iyix staan. Waarschijn ij wor gebruik van het lichaam in den dienst van God aldus ondei-

,, _ nM v Statenvert • uiet lichamelijck door slachtinge gedoot, maar geestelick d00; doodiage der begeerlickhedeu geslachtet sijude om Gode te

leven.