is toegevoegd aan uw favorieten.

Kommentaar op den Brief aan de Romeinen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eU in plaats van x*0' svx wor.lt alleen bij latere grieksche schrijvers gevonden. Ti 3f nxO' eJc: wat betreft ieder afzonderlijk.

Vs. 6—8: Terwijl wij nu verschillende gaven hebben naar de ons gegeven genade, (laat ons die gebruiken) hetzij profetie, naar den regel des geloofs; 7 hetzij bediening, in het bedienen; hetzij die leert, in het leeren; 8 hetzg die vermaant, in het vermanen; die uitdeelt, met eenvoud; die voorstander is, met jjver; die werken van barmhartigheid doet, met blijmoedigheid."

De Wette, Oltramare, Weiss verbinden é%oi/Te? met den vorigen zin, maar dan hadden de volgende bepalingen „naar den regel des geloofs", „in het bedienen" enz. gevoeglijk kunnen wegblijven. Aé van vs. 6 zou niet passen na vs. 5. Paulus spreekt hier blijkbaar niet meer van de verdeeling der gaven, maar van hun gebruik; ook geeft hij geen beschrijving, maar een vermaning. Men beginne dus met vs. 6 een nieuwen zin l) en leide het werkw. af uit ê%ovrcs (èzuPev); vgl. 1 Petr. 4: 10, 11. De hoofdgedachte blijft het <ru<Pfovelv. — Xiipittf** beteekent een gave, die den geloovige met het geloof geschonken is, en die door hem in den dienst der gemeente moet aangewend worden. Meestal is het een natuurlijke gave, die door den Geest versterkt en geheiligd wordt. — In 1 Kor. 12:28, 29 en Ef. 4 : 11 worden eerst de apostelen genoemd. Paulus had reeds in vs. 3 over zijn eigen roeping gehandeld. — Op het ambt van den apostel volgt de profetie. De profeet ontvangt nieuwe openbaringen. In Ef. 2:20; 3 : 5 is het verband tusschen den profeet en den apostel zeer nauw. Beiden komen echter ook afzonderlijk voor, b.v. Hand. 13:1 en 1 Kor. 14. De profeet moet zich schikken naar den regel des geloofs. 'Avothoyix is een

l) Zoo ook Sauday and Headlam in hun „Critical and exegetical commentary".

84»