Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

6 :1 v.; Fil. 1:1; 1 Tim. 3 :12. — Het bezwaar van Meyer, dat ga'ven en bedieningen niet door elkander mogen worden genoemd, wordt door 1 Kor. 12:4, 5, 28 wederlegd. In het eene zoowel als in het andere moet men bescheiden zijn; vgl. vs. 3—5.

Nu verandert de apostel de constructie. Hij vermeldt de personen, niet meer de gaven of de bedieningen. Terwijl irpofyrtlxv, Stzxovixv app. waren van %xpi<rfi*rx (acc.), hangen 0 ïtUmuv, o TTxpxKxkxv van ëxovTSi af. „In het leeren", „in het vermanen" behooren bij het verzwegen ?*«**«<. — 'O 3(5i&azaKof ontvangt geen nieuwe openbaringen; hij legt de reeds geopenbaarde waarheden ordelijk en duidelijk uit, stelt hunnen onderlingen samenhang in het licht, en zoekt er dieper in door te dringen; vgl. 1 Kor. 12:8; Ef. 4:11 (zie boven).

Vs. 8. De gave der vermaning wordt in 1 Kor. li. a toegekend aan den profeet; ook is de naam Barnabas (zoon der profetie) Hand. 4:36 vertaald met u\k itxpx^mc, zoon der vertroosting. Maar daarom is ieder, die vermaant of vertroost, nog geen profeet. Hier wordt het vermanen duidelijk van het profeteeren onderscheiden. Een profeet vermaant op grond van de hem ten deel gevallen openbaring; men kan echter ook vermanen zonder openbaringen te hebben ontvangen. Bij het leeren staat het verstandelijke, bij het vermanen het stichtelijke op den voorgrond. In 1 Kor. 14: 26 vinden wij „psalm" en „leer" naast elkander. — 'O /urcMovi is niet de officiëele diaken, die uitdeeling houdt; dan zou iïixHiïóvxi in plaats van ix.sTxhlivxi zijn gebezigd; bedoeld wordt de geloovige, die van het zijne aan anderen mededeelt, vgl. Luk. 3 : 11; Ef. 4 : 28. i) Hij doe dat in eenvoud. Men zou ook „onbekrompenheid" (2 Kor. 8:2; 9 t 13) kunnen vertalen, maar omdat het geheele stuk door de gedachte

1) Volgens Guukel (a. a. O. S. 25) moet men, omdat hier van geestelijke gaven sprake is, aan bijzonder groote, onverwachte uitdeelingen denken, zooals alleen in de gemeente voorkomen, op de wijze van de collecte van 2 Kor. 8, tenzij men met Heinrici van de alles overtreffende kracht o wijsheid der nitdeelers gewage.

Sluiten