is toegevoegd aan uw favorieten.

Kommentaar op den Brief aan de Romeinen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ziet niet op het laatste oordeel, maar op trouw of ontrouw hierbeneden, ook in zijn verhouding tot Christus. Had Paulus het eerste bedoeld, dan zou hij zich niet op de macht, maar op de genade van God beroepen hebben. Of hij staat of valt, of hij zijn plicht betracht of daarin te kort .schiet, dat gaat zijn heer aan, dat kan zijn heer alleen beoordeelen (v. d. Palm). De heer is in dit geval waarschijnlijk Christus (Luk. 12:41—48). In „hij zal staande blijven" ligt een zekere ironie; het is alsof Paulus tot den zwakke zegt: gij kunt te zijnen opzichte gerust zijn. Deze redeneering geldt natuurlijk alleen van dingen, die het geweten van ieder mensch persoonlijk aangaan. — Misschien is de lezing o nupio$ voortgekomen uit het voorgaande tü> xupiu; de lezing ó deo's is te verkiezen (vgl. vs. 3). Ter opheldering van deze verzen denke men aan een liefdemaal, waaraan de gemeente aanzat en waarbij de onbroederlijkheid van den eenen of van den anderen kant zoo licht den vrede kon verstoren.

Echter was er nog een ander punt van verschil, waarom men elkander niet mocht veroordeelen.

Ys. 5, 6: „Deze *) onderscheidt den eenen dag van den anderen dag, maar gene acht alle dagen gelijk: ieder zy in zyn eigen gemoed ten volle overtuigd. 6 Wie den dag waarneemt, neemt hem waar den Heere; en wie den dag niet waarneemt, neemt hem niet waar den Heere 2); en wie eet, eet den Heere, want hy dankt God; en wie niet eet, eet niet den Heere, en hy dankt God."

De Joden-Christenen bleven over het geheel, volgens het voorbeeld der apostelen, de joodsche feesten (sabbat, nieuwe maan enz.) en de wekelijksche vastendagen vieren. In Gal.

1) 8 AGP: yocf na o? psv.

2) sABCDEFGIt. laten o w 41/10v. rifv MM- *up- ou 4>p°»" (dat in text. ree. L P Syr. gevonden wordt) weg.

Godbt/Joukeb, Romeinen. 36