Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sterk zou zijn om het gedrag van een Christen jegens zijn broeder te karakteriseeren.

Vs. 17: „Want het koninkrijk Gods is niet eten en drinken, maar gerechtigheid en vrede en blijdschap in den Heiligen Geest."

Het wezen van het koninkrijk Gods moet niet in eten en drinken, maar in geheel andere dingen gezocht worden. Gerechtigheid, vrede en blijdschap moeten opgevat worden in hunne sociale beteekenis, welke uit de godsdienstige vanzelve voortvloeit. De „gerechtigheid" geeft den naaste wat hem toekomt, en weet zijn overtuiging te waardeeren. „Vrede" beteekent de goede harmonie tusschen de leden der gemeente, waaruit de „blijdschap" voortvloeit. De Heilige Geest is het, die dit alles werkt. — Onverklaarbaar is, dat Meyer zelfs hier het koninkrijk Gods voor iets toekomstigs houdt.

Vs. 18: „Want wie in deze dingen ') Christus dient, is Gode welbehagelrjk en beproefd bij de menschen."

Bij de lezing èv toutip kan tovtcy slaan op het beginsel, nedergelegd in vs. 17: „op deze wijze" of op den H. Geest. Bij de eerste opvatting zou men echter xxra tovto, volgens dit beginsel, verwachten; de tweede opvatting is even weinig aannemelijk. Liever leze men daarom êv toótoi;. Het verwijst natuurlijk naar de drie deugden van vs. 17. Wie ze in praktijk brengt is aangenaam in Gods oog, en wordt door de menschen geacht als een Christen, die de proef heeft doorstaan.

Vs. 19—23.

Vs. 19, 20: „Zoo trachten wij 2) dan naar hetgeen tot den vrede en tot de onderlinge stichting be-

1) Teit. ree. EL min. Syr.: ev tcutcisj overal elders: ev toutu.

2) Text. ree. CDE min, It. SiuxaiiJ.ev, overal elders: huxonev.

Sluiten