is toegevoegd aan uw favorieten.

Kommentaar op den Brief aan de Romeinen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eindigde. Hieruit kan ook verklaard worden, waarom de doxologie soms op twee plaatsen voorkomt, terwijl sommige afschrijvers, wien deze herhaling verdacht voorkwam, ze geheel weglieten. Vreemd blijft echter, dat men niet H. 15: 1—13 in de publieke voorlezing opnam, en daarop de doxologie deed volgen. Zie Sanday-Headlam, XCV—XCVIII.

NEGENENTWINTIGSTE STUK.

H. 15:1—13. ')

De volkomen eenheid, waarnaar men streven moet.

Volgens Renan hebben wij in H. 15 het slot van het exemplaar van den brief, hetwelk voor de gemeente te Rome bestemd was. H. 15 : 1 volgde dus onmiddellijk op H. 11 : 36, terwijl H. 12—14 slechts een deel uitmaakte van exemplaren , die voor andere gemeenten bestemd waren. Intusschen moet gevraagd worden: is er wel veel verband tusschen H. 15 . 1 en H. 11:36? Behoort H. 15: 1 niet bij H. 14? Schultz, die Renan's opvatting ten aanzien van de drie vorige hoofdstukken deelt, en toch dit bezwaar gevoelt, voegt H. 15: 1—6 bij H. 14, zoodat de brief aan de Romeinen met vs. 7 weder begint. Maar volgt H. 15: 7 goed op H. 11 : 36 ? Herinnert H. 15:7 niet aan H. 14:1 (vgl. vs. 3)? Wordt hier niet blijkbaar de reeks vermaningen gesloten, die H. 14 : 1 begonnen was? En hangt dit niet wederom samen met H. 15:8—13?

Ter bestemder plaatse zullen wij de bezwaren van Baur tegen de echtheid van H. 15, 16 bespreken, en daarbij tevens de vraag, met welk recht Semler, Griesbach, Eichhorn, Reuss, Schultz, Ewald ontkennen, dat deze hoofdstukken, die volgens hen geheel of gedeeltelijk van Paulus zijn, niet tot den brief aan de Romeinen behooren (zie Inleiding).

1) Veriaimili»: H. 15: 1— 21 van Paulus Episcepua.