Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

p. 19, 20), Sabatier, Laurent, Weiss e. a. beweren, dat Paulus niet zooveel menschen als hier genoemd worden in Rome kan gekend hebben. ') Baur, Lucht e. a. vinden hier een lijst van voorname personen uit de gemeente te Rome, later vervaardigd en op naam van Paulus gesteld om de gemeente, die den apostel nog altijd niet genegen was, vriendelijker jegens hem te stemmen. Maar waarom zou dan Clemens vergeten zijn (H. Schultz)?

Vs. 3—5a: „Groet Prisca *) en Aquila, mijne medearbeiders in Christus Jezus, 4 die hun hoofd voor m|jn leven gewaagd hebben, — wien niet alleen ik dank breng, maar ook al de gemeenten der Heidenen, — 5a en de gemeente te hunnen huize."

Aquila en Prisca (of Priscilla 3)) waren oorspronkelijk Joden uit Pontus in Klein-Azië. Als tentmakers te Rome gekomen, hadden zij ten gevolge van het edict van Claudius, waarbij alle Joden uit Rome verbannen werden, de hoofdstad verlaten en zich nedergezet te Korinthe, waar Paulus bij zijn eerste bezoek aan die stad met hen in aanraking kwam. Ongetwijfeld had de uitoefening van hetzelfde beroep ') hen tot elkander gebracht (Hand. 18:2, 3). Dat zij toen reeds Christenen waren, blijkt niet. Hand. 18:2 noemt Aquila tivx 'louïxïov, zoodat wij mogen aannemen, dat zij door Paulus tot Christus zijn gebracht. Toen de apostel twee jaren later Korinthe verliet, gingen Aquila en Priscilla met hem naar Efeze, waar zij zich vestigden, terwijl Paulus

1) Zalin (Einl. S. 272, 273) merkt terecht op, dat het juist tegenover een vreemde gemeente voor de hand lag, de reeds bestaande betrekkingen te doen uitkomen. Ook behoeft volgens hem Paulus al deze menschen niet persoonlijk te hebben gekend (Einl. S. 294).

2) Xext. ree., min., Syr.: npimiMtcv.

3) Evenals Livia wel Livilla genoemd wordt.

4) Tischendorf maakt ook melding van de lezing: quia ejusdem gentis et ejusdem opificii esset.

Sluiten