Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

omvang wijzen. — Grotius en Laurent meenen, «lat Tertius zijn groet op den rand heeft geschreven, vanwaar die later in den tekst kwam. Baljon is van oordeel, dat vs. 22 oorspronkelijk achter vs. 23 stond (zie t. a p. bl. 37).

Vs. 23. Gajus is niet de Gajus van Hand. 20:4, noch die van 3 Joh. vs. 1, maar die van 1 Kor. 1: 14. Hij was de gastheer niet slechts van Paulus, maar ook der gansche gemeente. Misschien vergaderde de gansche gemeente (zie 1 Kor. 14:23) ten zijnen huize, of namen bij hem de geloovigen uit den vreemde hun intrek. Volgens Weiss was hij de gastheer van hen, die Paulus bezochten. — Erastus, aan wien het beheer der stedelijke inkomsten was opgedragen, is niet dezelfde als die van Hand. 19 :22, misschien wél als die van 2 Tim. 4 : 20; echter komt de naam Erastus meermalen voor. Quartus is ons onbekend.

Vs. 24 is onecht. ') Meyer verdedigt de herhaling van den heilwensch met een beroep op 2 Thess. 3: 16, 18, maar hier wordt hij in alle HSS. aangetroffen. Zie vs. 20.

Slot: vs. 25—27.

De apostel kan natuurlijk niet met vs. 23 eindigen. Hij sloeg telkens, als hij aan het eind van een belangrijk gedeelte van zijn betoog gekomen was, zijne blikken ten hemel, waarom zou hij het dan niet doen aan het einde van het gansche geschrift? Een doxologie is hier volstrekt niet misplaatst.

Vs. 25—27 2): „Hem nu, die machtig is u te versterken , naar mijn evangelie en de prediking van Jezus Christus, overeenkomstig de openbaring der

1) Zahn (Einl. S. 287) handhaaft de echtheid van het vers; vgl. de plaats, die h\j de doxologie toewijst.

2) (tBCDE eenige min. It. Syr«h hebben hier, en hier alleen, vb. 25—27. A P leien deze doxologie hier en na H. 14 : 23. L meer dan 200 min. en de lectiouaria leien ze alleen na H. U: 23. F8 laten ze geheel weg. Zoo ook

Marcion, naar het getuigenis van Origenes: Caput hoe Marcion de

hao epistola penitus abstulit.

Sluiten