is toegevoegd aan uw favorieten.

Kommentaar op den Brief aan de Romeinen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat in liet N. T. zelden voorkomt, verbindt twee zaken met elkander, wanneer de eene de andere moet aanvullen. Hofmann laat hx re afhangen van (pxvepuièvToc: „nu geopenbaard en door Maar dan staat yvupiaOèvro; op

zichzelf. Bovendien zijn „nu" en „door profetische schriften" te heterogene begrippen om op deze wijze te worden verbonden. Meyer verklaart de weglating van ts in sommige HSS. hieruit, dat men „door profetische schriften" met (pxvepuiévTo: verbond, en dus tc voor overbodig moest houden. rvupicrSévro;: de Amiatinus en de Fuldensis vertalen, alsof er yvupmSsvTt stond, cognito in plaats van cogniti, hetgeen Lachmann geen gelukkige verbetering acht; vgl. Baljon. Het woord heeft vier bepalingen, die achtereenvolgens aanduiden de oorzaak, het bevel Gods; het middel, de profetische schriften; het doel, de gehoorzaamheid des geloofs; het voorwerp, de Heidenen. — God beveelt, dat alle volken het evangelie zullen hooren. Hij wil dit; Hij wil dit niet sedert vandaag of gisteren; Hij wil dit van eeuwigheid. Dit plan ligt ten grondslag aan al Zijne andere plannen. Daarom heet God, die het beveelt, de eeuwige God. — Onder de „protische schriften" verstaat men gewoonlijk de profetische schriften des Ouden Verbonds. Maar hoe kan Paulus zeggen, dat de verborgenheid Gods door deze boeken bekend gemaakt is? Die verborgenheid was immers tot vüv verzwegen. Volgens sommigen zou de apostel zinspelen op het gebruik, hetwelk men bij de prediking des evangelies maakte van de geschriften der profeten, wier diepe beteekenis nu eerst ontsluierd werd, maar Paulus spreekt uitdrukkelijk van bekend maken en een middel om een verborgenheid bekend te maken waren zij toch niet. Sprekende van de profetische geschriften des O. Verbonds, zou de apostel het art. tüv niet verzwegen hebben. Wij moeten dus wel aan de profetische schriften des Nieuwen Verbonds denken; vgl. Ef. 3:3—5; vooral: „gelijk ik te voren kortelijk geschreven heb, waaraan gij het lezende enz." en „apostelen en profeten"; aan de geschriften der apostelen, die het evangelie onder alle volken bekend maakten, waartoe dan ook deze brief behoorde. — De ge-