Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

slaafsch als Reiche hem voorstelt, zou zeker geen verzen hebben ingelascht, zoo goed correspondeerende met H. 1:1 7. Holtzmann herkent hier de hand van den onbekende, die tegen het einde der le eeuw eerst met behulp van een zeer kort schrijven van Paulus aan de Kolossensen den brief aan de Efeziërs vervaardigde, daarna, met behulp van den brief aan de Efeziërs, den brief aan de Kolossensen omwerkte. Er is zeker eenige overeenkomst tusschen Rom. 16 : 25 27 en deze brieven. Wanneer deze brieven van Paulus zijn, is die overeenkomst verklaard. Zijn zij niet van Paulus, dan kan de onbekende auteur in de echte geschriften van den apostel hebben gezocht en kan Rom. 16 : 25—27 hem tot voorbeeld hebben gediend. Echter zou die auteur er dan wel voor gezorgd hebben, dat vs. 27 beter afliep.

Dat bij Marcion H. 15, 16 geheel of slechts gedeeltelijk ontbreken (zie Inl.), hangt samen met zijne dogmatische overtuigingen. Ook de bezwaren der Tubingers tegen de echtheid dezer hoofdstukken staan in nauw verband met vooropgezette meeningen aangaande den toestand der gemeente te Rome, het doel van onzen brief en de houding van Paulus jegens de Joden.') Wel hebben Irenaeüs en 1 ertullianus geen citaten uit deze hoofdstukken, maar evenmin hebben Irenaeüs en Clemens Alex. aanhalingen uit Filemon. — Wat betreft de herhaalde slotfrasen, die sommigen aan een reeks aaneengeschakelde losse stukken doen denken, hebben wij gezien, dat H. 15:13 behoort bij H. 14:1—15:12, dat H. 15:33 zijn verklaring vindt in het daaraan voorafgaande, dat H. 16:16b geleidelijk volgt op de groeten van den apostel, H. 16:20» op de waarschuwing voor de valsche leeraars, H. 16:24 onecht is en H. 16:25—27 een waardig besluit is van het geheel. Zoo spoedig aan compilatie of interpolatie te denken, is niet geoorloofd. De oude kerk

1) Linke (Featschrift für Herm Geheimen Kirclienrat Domherrn Prof. I). Fricke 1897) schrijft de ontkenning der echtheid toe aan eene „tendenzwse Abueig'ung gegen das Ganzlassen überlieferter Complexe", waartegen Clemeu (Theol. Ijtzt. 1898, 3C0) protest aanteekent.

Sluiten