Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hè v&, „wat doet u nou, 't is zoo mooi!" Ze zette het schip weer recht op, schikte en plooide de zeilen wat glad.

Vrouw de Ram, kwaad-geprikkeld, zei, „geef hier!" nam het schip uit haar handen, kwakte, duwde het op de vrijgemaakte plaats van het penantkastje. Ze keerde hem den rug toe.

Het kind blikte angstig-verwonderd, durfde niets zeggen, bang voor het mooie schip, dat het zou moeten ontgelden.

De vrouw zweeg en de, man zweeg, een zwijgen dat tusschen hun tweeën in stond. Haar oogen giftigden. Maar ze zei niets — en hij, innerlijk wat verlicht en ontlast, nu gelukkig eruit dat hij zonder werk was, voelde hij zijn angst-nijd inkrimpen.

De stilte bleef pijnlijk tusschen hen, star.

Buiten gilden nog de laatste verkoopers het stemgeluid scherper, omdat het straatgeweld ging versterven.

Dat enkele geluid van rooiekool, van savooie kool, en van lekkere haring, klonk brutaal en driest naar hén op.

„Allé Mies, vooruit naar bed", snauwde de vrouw, haar ontstemming dezen kant uit-

Sluiten