Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

luide stem, die zei: „toe pak an Kees, mot je nog treuzelen ook !"

Van zijn stuk gebracht door den schrik, greep hij met beide handen tegelijk naar het bord, en de vingers glibberden af, gleden over den rand in 't warme vocht. ,,Ai", zei-ie. Hij kwakkelde met het volle bord terug naar de bank. En nu op den rand van de smalle klaptafel het bord gezet, dook hij met zijn hoofd er diep overheen. Weer teruggetrokken tot het onderwerp van weg-te-moeten bleef hij denken, al tragelijk lepelend. Er ging langzaam en veel in hem om. Onder de milde soepwasem groeide aan de botte starheid van straks en werd bewustwilligheid. Het onbedachte niet-wegwillen, kwam scherper in hem, en dat sneed samen tot een welbewuste strakheid. Hij kwam tot een besluit, van koppigheid : ze konden zeggen en doen wat ze wouen, maar hij bleef. Hij trok er niet uit, zelfs niet als ze hem eruit schopten ; hij kwam toch terug, als zouen ze hem er ook uittrappen.

Hij herinnerde zich ineens een voorval uit zijn leven, dat aldoor indruk op hem

Sluiten