Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

had blijven maken, het geval van Juno, zijn hond, dat grauw-gore beest, twintig keer door hem weggegeven, maar toch telkens terugkwam, de hond die hij eruit geranseld had en dan weer terugkroop, aldoor terugkwam tot hij hem wel had moeten houden. In zijn eigen hulpeloosheid zag hij voor zich die hond, de smeekoogen van Juno — en nu opnieuw en nog sterker en doordringender de gedweeë blik van dien aldoorin-huis kruipenden hond voor zich halend, zei hij zich evenzóó te doen. Ja, dat was de manier, dan zouën ze hem wel moeten houen!

Nu zachtjes-aan zichzelf steviger voelend worden, begon hij, diep over zijn bord gebogen, met meer besef te eten, zichzelf al vaster zettend in dat denkweten, al maar doorlepelend, tot hij krassend den bodem beschraapte.

De dochter zei: ,,Geef toch op je bord Kees, klak niet zoo," en hij schrikte er van op.

De moeder, bij haar mand met naaitodden, zuchtte eens, voelde instinktmatig het verloop, zei hoofdschuddend: „we

Sluiten