Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Roelf opgejaagd door deze zelfredeneeringen, wat kwellingen waren van den geheelen werktijd, bezon even of hij wel verstandiger deed zich zoo af te jakkeren, öf 'tniet beter was kalm achter te blijven. Dan loop je toch minder in de gaten ! Maar hij durfde dit niet te best tegenover zijn maats, tegenover den jongen, — en hij sloofde, strompelde, zwoegde maar voort, op niet al te grooten afstand achter de anderen aan, de anderen die krachtiger dan hij, vlijtig doorliepen als paarden naar den stal, zonder zich te vermoeien.

De stof zat hem dik in de keel, en om wat lucht te krijgen, moest hij onder het loopen door schraap-spuwen.

En gelukkig, daar kwam het eind, 't oude tolhek in 't zicht. De voorsten: Janus, Jaap en Hein waren den Scheveningschen weg al af. Hij porde zijn beenen nog eens aan, ritste zijn weggezakte krachten weer op èn flinker liep hij nu het Prince-Vinkenpark voorbij. Onder de lommer-zware kastanjes voelde hij al eenige verademing, en opgewekter volgde hij langs het eindje muur en tuin den hoek om, naar

Sluiten