Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de Anna-Paulownastraat, waar de anderen al in-zwenkten.

Hier op de straatsteenen, tusschen de huizen in, liepen de maats ook langzamer, door het gedurig uitwijken — en Roelf kon met een aanstrubbelenden pas ze zoowat bijkomen. Aan 't eind van den Hoogewal gingen ze gewoonlijk uit elkaar, enkelen recht-uit, anderen terzijde af, ieder zijn eigen weg naar huis — en hij moest daarvoor nog eens aanzetten, want Jaap die vooraan liep en hij, woonden in dezelfde buurt.

Zijn hoofd en zijn rug zweette en zijn adem hikte in de keel. Verdorie, dat is loopen !

Nu hij ze inhaalde aan 't eind van hun gezamenlijken weg, voelde hij de loomheid, de moeheid van zijn leden zwaar, bijna niet te dragen, maar hij wilde dit niet laten blijken.

Ajuus! tot morgen! schreeuwden ze tegen elkaar, schreeuwde hij ook.

Hij strompelde nu met Jaap die veel harder liep, alleen voort — en in de nauwe straten, die zij doormoesten om naar de Beestenmarkt te komen, verkloekte hij zich, leefde op, óok al omdat hij overal uit-

Sluiten