Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ook zijn rug niet meer zoo killig aanvoelde, hem niet onaangenaam aan. — 't smaakte hem bijzonder, de jenever?

Hij wilde er nu ook ééntje weggeven, liep niet graag op andermans zak — en met zijn eigen trek in een borrel, wenkte hij Jaap er nog een te nemen. Maar jaap schudde parmantig van nee, zei : morgen komp' er nog een dag, geldjesdag, maakte een beweging waarmeê hij wilde zeggen: dan wordt er vanzelf gepimpeld !

„Je hebt gelijk, ik heb er al drie gehad, en morgen is het weer stompen !"

Ze schoven de deur uit, gaven elkaar een vlugge, stroeve hand, wenschten : „Tot morgen!" gingen beiden hun eigen weg. Roelf liep overhaast. Hij had nog maar een paar korte straatjes te maken tot zijn huis. De jenever maakte het speeksel los en hij moest weer telkens spugen, maar het luchtte wel op.

Ziezoo, hij was er !

Zijn moeder wachtte hem, in kleinen angst, zei zorgelijk : Hoe kom je vanavond zoo laat Roelf? 'tls zonde van het beste eten !" Haar

Sluiten