Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zij bleef even staan, keek hem weer bezorgd aan. Maar ze zag niets bizonders aan hem — en dat stelde haar weer gerust.

„Het is niet goed te drinken," waagde ze heel schuchter te zeggen.

„Nee, maar ik was zoo moe, en Jaap trakteerde, morgen is de eerste !"

„O, ja," brabbelde ze terug, „betaaldag."

Ze kende de zorgen van haar jongen, wist dat-ie niet sterk was en zich overwerkte om met de anderen mede te komen. Zijn vader, die had zich ook geknauwd, aan een bloedspuwing gestorven — en als een vaag schrikbeeld zweefde om hare oogen het bleeke vermoeden, dat ook haar jongen eens zoo iets zou overkomen. Daarom voelde ze zich ook zoo angstig, zoo onrustig, als-ie een enkele keer 'n borrel nam. Dat gaf maar bloed naar het hoofd. Ze zou veel liever hebben, dat hij zich niet zoo over-den-kop ploeterde. Elke keer als-ie met het vele geld thuis kwam, voelde ze dit wel als een blijdschap, maar tevens als een beklemming. Ze waren maar met hun beiden, hadden niet zooveel noodig ! Als hij wat minder inbracht, konden ze het ook red-

Sluiten