is toegevoegd aan uw favorieten.

Machteloozen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij kwam al vroeg aan den stal, wel een der eersten, — en dit gevoel verluchtte hem. Hij pakte welgemoed aan, begon zijn bonk in de travail op te hijschen, het oude ijzer af te trekken, de hoef glad te schaven, te branden, er op los te klinken. Hij hamerde, vijlde, raspte, klonk weer opnieuw — en rondom hem werkten de anderen.

Sissende dampen wolkten dra rond zijn warrelig hoofd omhoog.

Maar de redeneeringen kwamen terug, pijnigden hem, maakten zijn hoofd dof. Om zich te verzetten nam hij in schafttijd een borrel.

't Was morgen weer geldjes-dag, en dus, er moest aangepeuterd, worden maar 't ging slecht. Overal in den stal hokte het. Zoo'n maandag er tusschen, met dinsdag den eersten van de maand als betaaldag, bleef altijd een kaduuk ding. Je kon doen wat je wou en nog zoo'n vast plan hebben, het liep toch gewoon mis.

Tegen den avond evenwel werd er nog even aangepakt, en Roelf met z'n hoofd vol van z'n meisje hamerde ermeê op los.