is toegevoegd aan uw favorieten.

Machteloozen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wenkten hem, riepen : allé Roelf, vooruit dan rooie !

Hij holde op hen aan. Maar dichtbij, kon hij niet meer. 't Leek of die nijpende nagels hem weer in zijn borst grepen. Hij moest even zich inhouden, schraapte rauw de keel en hij spoog.

Nu geheel stilstaand moest hij hoesten. Die zoete smaak kwam opnieuw in zijn mond — en hij spoog om lucht te krijgen. Hij spoog nog eens. Wat . . . Bloed ? . . . Ja, 't was bloed!

Die zoete smaak bleef aankwebberen, maar hij durfde niet toegeven om te spugen, bang dat het weer bloed zou zijn.

„Och wat," zei hij groot tegen zijn maats „Och wat," 't geeft niks, late we maar gaan!"

Maar, terwijl hij dit zei, kroop het in zijn keel op en in vollen vloed golfde het hem uit den mond. Hij moest hoesten — en hoe meer hij hoestte hoe meer bloed er kwam. De maats kwamen weer terug, keken erg ontzet, al zeien ze ook half-spottend: wat ga jij nou beginnen rooie 1" Ze haalden water, lieten hem onhandig-veel drinken, brachten hem toen