Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voorheen liep hij overal rond om een baantje.

„Ik ga weer naar de stal," zei hij op een avond van prikkelbaarheid.

„Jij," zei z'n moeder. „Welnee jongen, dat zal niet gebeure."

„Zoo, maar ik heb er genog van . . . 't hangt me de keel uit, dkt zoeken !"

„Er is toch niemand die je haast!"

„Toch wel, als ik lang wacht, kom ik niet meer aan de maatschappij terecht, en wat dan ?"

„Ja, wat dan ?"

Het ging haar door merg en been : 't Was zijn doodvonnis! Ze waren 't eigenlijk verplicht, aan de maatschappij ook, want ze hadden daar 't laatst een kwart, maar toch heel lang een half uitbetaald gekregen, natuurlijk om later in te halen, te verrekenen.

Haar laatste spaarcentjes teerden ook zoo wat in, en zij zelf was te oud, te onmachtig, te zwak om iets te verdienen, ook niet meer daaraan gewoon, sedert haar jongen behoorlijk geld thuis bracht. Kon zij maar werkzaamheden bedenken, die

Sluiten