Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij vroeg onhandig, zonder eigenlijk doel tot plagen :

„Wanneer ga je trouwen, Trees ?" „Weet ik 'et," onverschilligde ze, zei toen kortjes :

„Nou ajuus .... ik mot weg .... 't ga je goed hoor!"

Ze trippelde kittig-vlug den hoek om, een dwarsstraat in, haar best doende licht en vlug ter been te schijnen.

Hou je roer recht, dacht Roelf die zich verbaasd voelde door haar plotselinge verstoordheid. En naar huis terugloopend, vond hij ineens het verband, begreep dat het wel eens waar kon zijn, wat-ie zoo schertsenderwijze had gezegd. Het deed hem pijnlijk aan. Want hij vond Trees, ondanks alles, een goeie, een lieve meid — en 't zou hem spijten als ze d'erin was geloopen. Tijdens zijn lange nachten in 't ziekenhuis had hij veel aan haar gedacht, wel erop rekenend, juist omdat 't zoo kalm was toegegaan, dat ze weer te zamen zouden komen. De gedachte aan werkelijke ontrouw kwam niet bij hem op; hij meende ernstig in zijn eenvoud van oner-

Sluiten