Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het laatste schijfje appel was van 't bord naar binnengewipt. Lip-smakkend bepeinsde de mijnheer een woord om aan t verhoor een eind te maken, vond dat woord niet zoo gauw, gaf hem, met een greep uit het vestzakje, drie centen.

Hij zag, voelde het geld in zijn harde hand, trok die hand met een korte beweging terug, liet toen de arm op-waarts gaan, sloeg aan als een militair, de vingers wat krom tegen zijn sjovele mijnheeren-pet, bleef daarop wachten, de jas in gutapercharitseling.

Hij wist wel, dat bij deze ondervraging geen werkelijke belangstelling gaande was, vermoedde ook dat die mijnheer maar n beetje vroeg voor de leus, misschien zich om hem amuseerde. Maar wat kon hem dat schelen! Het liet hem vrij onverschillig. Nu ze hem aan de andere tafeltjes afsnauwden, beschouwde hij dit gepraat als een vast steunpunt, waardoor hij kon blijven. Eigenlijk wilde hij wel weg, maar dit ging niet te best, omdat 't afsnauwen hem nog altijd dwars zat. En nu zichzelf dan ook wat meer mijnheer-voelend in die gummi-jas,

Sluiten