is toegevoegd aan uw favorieten.

Machteloozen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met zijn schouders, narde verachtelijk met een blik van : «kijk wat 'n lef,» liet toen dadelijk de oogen weer zakken, als bedacht hij zich.

De kastelein maakte een ongeduldige beweging, duwde hem bijna, schampte: vooruit!

Hij keek nog even op met blikken fel van haat, het ooggedreig van iemand die zegt «wat let me kerel of je bent d'er geweest», waarop die dreigblikken weer dadelijk afgleden, als levenloos. Onderwerping, haat en weer onderwerping, zij kwamen in één tel.

Schouderophalend, met kleineerende beweging dien vent geen verweer waardig te keuren, keerde hij zich om, sprak geen woord, schoof langzaam weg. Maar hij had 't gevoel van een hond, die geschopt, weggejaagd wordt, machteloos is, weet niets terug te kunnen doen, en waarvoor benauwd wegsluipen 't eenige blijft.

In het portaal, waar hij zijn ontstoken oogen, die hem pijnlijk priemden, nog even bette, sprong venijnig het keffertje van den kastelein tegen hem op. O, hij was minder dan zoo'n mormel!