Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bazargoed, belletjes van drie cent het stel inkoop, — daarna spelden, zeep, dingen van nog kleiner, geringer inkoop, eindelijk luciters, bedelen. Jawel, zoo ging het, zoo was het gegaan!

De zon, onmerkbaar weggegleden, nog even met een onmachtigen schaterlach, een valsch-glimmenden gloed, betintte nu droevig-zwaar de lengte van den Vijverberg. Al spaarzamer gingen de menschen onder het geboomte, dat in zware vracht het licht tot schemerdonkerte neerdrukte. Het water lag zwak te rimpelen, nauw'lijks te zien naar welken kant het vervloeide, bijna zoo stil gelijk een poel. Als een groot ge-heimend beest, spreidde het eilandje er zich in het midden, een zwarte zwaan, de enkele boomen omhoog als opstaande vlerken.

Hij moest nog eens lachen om zijn zotte bespiegeling van straks : te willen wonen op dat eilandje — en keek naar de lucht.

De aantappelende donkerte, die nu toch wel langzaam neerzwerkte, een groote vogel, die zachtjes, heel zachtjes met

Sluiten