is toegevoegd aan uw favorieten.

Kleine verschrikkingen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TIENDE EPISODE.

'n Uur later, aller-onprettigst van lichaams-bevinden, transpireerend in 't zwart, wintersch rouwpak, met 'n broek die na jaren berusting te nauw was geworden, met 'n schrijnend gerafeld boord j— de waschvrouw had 'r te drift-haastig 't ijzer over geplet — met den Van Vliet'schen hoogen hoed, die rooie voegen in 't glibberig voorhoofd drukte —, 'n uur later schelde k officieel aan.

In het voortuintje stonden de dragers bij de baar, zwart van beslotenheid op de kalkige schelpen en 't wit gedroogd zand.

De neef van Plas, machinist bij 'n stoomgemaal, opende de deur en zei strak-van-aangeleerde-deftigheid: „U mot in de eerste deur rechts weze".

Voorzichtig nam 'k den Van Vliet'schen hoed in de