is toegevoegd aan uw favorieten.

Kleine verschrikkingen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(lijnen in houding van wat-zou-liet-raadsel-des-levenszijn? — of van logarythmen-bereekning — of van theologische studie — of van de overpeinzing der zooveelste stelling van Benedictus de Spinoza.

Baams, pruim-smakkend en zweetdruppeltjes heenpinkend, deed minstens aan bolvormige driehoeksmeting, terwijl-ie z'n vierkante schoenen onbeweeglijk in pantsering hield om den op den grond staanden hoogen hoed.

Naast hem was de kok. Die had zich voor de gelegenheid laten scheren. Anders dee-ie 't alleen Zaterdags bij de vrouw van den postbode, die 'r man met 'r snedige handigheid an menig stuivertje hielp. Op 'n dorp wist je dat allemaal, 'n Kok was geen kelner, diende niemand met overdreven schoone kinnen. Wieblend met z'n eenen voet, zat-ie den grond te bestaren. Voor 't eerst zag 'k dat-ie 'n kalen knikker had. Bij 't hotel droeg-ie altijd z'n koksmuts — in de wandling 'n pet. Hier kon je je gebreken niet bedekken.

Over den kok, in toegewijdste contemplatie zat de hoofdonderwijzer-correspondent, wiens stem 'k nog juist bij de deur had gehoord. Op 't laatst oogenblik door Plas geïnviteerd, omdat Kris bij 'm school had geloopen en omdat-ie in den vooravond een roerende toespraak was komen houen, bad-ie den schimmel-kluitigen hoogen