is toegevoegd aan uw favorieten.

Kleine verschrikkingen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vereeniging, die zwijgend naast me geloopen had, met de gestrengelde vingerworstjes in kamgaren handschoenen, onbeweeglijk op z'n buik. Eerst had-ie stroef naar den grond loopen kijken — nou leek-ie 'r 'n genoegen in te vinden, dat zooveel dorpenaars 'm op z'n deftigst zagen.

„Ja, ja," zei 'k.

Z'n kamgaren vingerworstjes ontfutten. Voorzichtig trok-ie z'n ingezweet boord in correcten stand, wreef zich met de kamgaren toppen het voorhoofd droog. Hij had 'n vreemd gezicht met rooie haardotten in de neusgaten en ooren. Even zweeg-ie, diepzinnig de lippen plettend als in de wachtkamer.

Toen ineens vertrouwlijk, recht op den man af, vroeg-ie:

„ ... As 'k vrage mag — blijf u na-ete na de begrafenis?"

„Hoe na-eten?" —, vroeg 'k stupiede.

„ . .. Nou van de broodjes en de koffie," zei-ie, met sterke herinnering aan de kierende kamerkast.

„Dat weet 'k nog niet," zei 'k korzelig.

„Ja — ja — dat is 't 'm nèt," betoogde hij, de handen weer in berusting op den buik: „ïk weet 't ook nie, want 'k mot binnen 't uur an de slachterij —