Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zoo'n bleek nest en 'n lang, schreeuwrig gekijf, en nog eens gescheld en verwijting wat ze van mekaar wisten, wat diè vertelde,die zee... Het eind was dat Knier in het varkenshok blèef en de biggen 'n kamertje naast-an betrokken als in 'n hotel. .. Nummer één . . . Nummer twéé ... De biggen kregen hooi en stroo, tante Knier 'n roestig kacheltje dat niet meer gebruikt werd, 'n stukkend rooster had. Het werd 'n lange harde winter. Het behangsel van kranten was lang stukgebarsten door de werking van het hout. Overal waren diepe naden gekomen. Klaasje had er een uur aan besteed de voegen te dichten met stroo, maar de biggen naast-an wroetten het weg en de deksel-deur was niet sluitend te krijgen. Zoo ging de winter voorbij in koude en eenzaamheid. Er waren dagen dat Sien vergat het eten te brengen, want Klaasje lee ziek en zij had geen zin. Eens leefde de ouwe vrouw drie dagen van 'n korst brood, die ze bewaard had en den derden dag kreeg ze weer warm eten — aardapplen met vet — omdat Engel naar de biggen kwam kijken en toen vanzelf naast-an 'n visite maakte. Er waren ook dagen dat ze geen brand had, in bed bleef en sliep . . . sliep .. . sliep . . . sliep . . . , met de biggen praatte, die dikker, vetter werden en met de ruige snoeten bij 'r bed konden komen —

Sluiten