Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Wèlbedankt".

Het deurgat zwalpte licht in de kamer, tot bij de bruining der kist.

Juffrouw Klos liep mee 't winkeltje in, klaagrig 't bovenlijf wieglend als in kramp.

.. O, dat d'r oogen weer open binne gegaan ... Wat is dat aaklig... O wat mot 'r nou gebeuren ...!"

„'t Zal bij alle dooien zoo zijn," troostte de meid, blij dat ze in den winkel was : „En wat kosten de spelden?"

„De spelden," zei juffrouw Klos, huilrig-benauwd, de polsen bewriemend achter de toonbank: ,0, me hoofd ... De spelden binne vijf centen ... O die open oogen ..."

„Vijf en een is zes," telde Trijn: „'k zou de dokter is laten roepen... je ken nie weten"...

De juffrouw antwoordde niet, geheel ondersteboven, het voorhoofd in het gesprei der magere vingers. De meid, verlegen, draaide nog wat. Dan met brusk gebaar klinkte ze open de deur, dat de schel hinnekend luidde, snerpend van toon — ruw-goedig riep ze van buiten: „Nou... gên-avond... „Nou daag!... Treur maar nie!... We motten allemaal dood, hé?... Gên-avond!"

Sluiten