Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

't hoorde of 'r attentie voor had. Er werd een polka gedanst en 't was vol. Op 'n zij-stellage was de piano gezet, zaten de violist en de pianist. De dakspinten waren met groen omwoeld, spargroen door Klaasje gestolen en 'r hingen lampions, drie, als lichtende manen in de kapschemering. Langs de wanden, onder de ruif zaten zweetende meiden en jongens. Dicht op elkaar schokten de paren. Blauw floerste de rookdamp in drijvende lagen naar de éene groote lamp, die 'n witlakten reflector had, zwak de hoofden bescheen. Het was de drükke avond van kermis, die drie dagen duurde. De meiden nat van dans, waaiden met zakdoeken, de jongens toewuivend die schenen verlept van vermoeidheid en bolruggig leunden. Ze zaten zonder verliefdheid, op van 't beulend gevrij in den schommel, achter de tenten, in 't gras langs den donkeren weg. De meiden, onvermoeid, heet van pleizier, met koppen purper van dans en van zweet, hadden de natte gare handschoenen uitgetrokken, plomperden nog met de voeten, trappend de maat als ze zaten.

Er was maar een paar dat verliefd dee, 'n kleine boer uit den omtrek en 'n meid met rood haar, die geen jongen van 't dorp kon krijgen omdat ze 'n hazelip had. Die zaten saam in 'n hoek naast de muzikanten,

Sluiten