is toegevoegd aan uw favorieten.

De gouden poort

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

berg der materie; punten, welke op hun beurt weer uitgangspunten zijn van verdere stijging... in andere organismen dan de mensch.

72. De mensch is, voor zoo ver wij kunnen nagaan, het eerste levende wezen dat de directe, de individueele verbinding heeft gevonden met God, door abstractie uit de eeuwige (tijdelijke) Wording en door verdieping in het Eenige Zijn.

73. Niet de mensch is onsterfelijk, doch de Geest. De menschheid is ten doode opgeschreven, evenals zoovele organismen vóór hem; evengoed als trilobiet, lepidodendron of megatherium.

Doch de Geest strijdt met de stof en stijgt en vormt steeds hoogere organismen. Gelijk de „Chimère" op 't schilderij van Gustave Moreau 't lichte vrouwelijfje mee omhoog sleurt; zoo sleurt de Geest de stof steeds hooger op en kneedt van rotsen menschen en van menschen kunst.

74. De profeten wijzen den weg, en de kunstenaars, en de mystieken. Hun hemel is een reservoir waarin zich de hoogste zielen samensmelten in de groote Liefde tot een Geest die evenwijdig aan zijn stijging een stijging bewerkt van de organismen waarin hij zich weder tot een hoogere hoedanigheid wil uitbeelden. Zoo is de menschelijke geest voortgekomen uit den „hemel" der „über-thiere"; hun verlangen tot stijging, tot veredeling, heeft dien dieren-hemel gevuld. En om dien dieren-hemel heeft zich toen 't menschelijk lijf langzamerhand gevormd.

75. Wanneer de Geest niet hooger stijgen kan in een