is toegevoegd aan uw favorieten.

De gouden poort

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar de akkers zullen leeg zijn en verwoest Wanneer gij meent te zien hen vol van gouden aren... Zielloos zult gij zijn en dood, wanneer je meent Nog lang te kunnen leven...

In rouw gekleed, zult gij tasten blind,

Als grinnekende dooden in een bleek naargeestig necro-

een diepe stilte. [pool.

En jij Mara, slang,

En jij, broer Radboud, dom werktuig van een ter dood

[gedoemd

Klein handje; je weet niet wat je doet...

È, pijn, pijn, vreeselijk lijden...

Dat de zon nu uitsloeg zijn felste vlammen,

Tot asch de aarde schroeien wilde!

O, dat het diepste ingewand van deez' gevloekten aardbol

Al 't hartvuur brakend uitspoog, walgend

Van dit laatst afgrijselijke uur.

Hekel, hekel, hekel!

een diepe stilte.

Laat mij nu gaan, o God.

Hij staat op en langzaam, gevolgd door Lucas, Alma en heel den gouden stoet en ook het gild der kunstenaars gaat hij, zwijgend, henen. Een stilte. Mara valt snikkend in haar zetel terug.

Het Volk,

fluisterend.

De koning is gek... is gek... de koning... is gek...

Mara,

opvliegend, krijschend.

Oorlog, oorlog!